naar hoofdpagina


Voor achtergrondartikel, klik op kop.

9.5.14

De DSM-5 voorbij!


PERSOONLIJK DIAGNOSTIEK
IN EEN NIEUWE GGZ
door
Jim van Os

Boekrecensie van
Mira de Vries

Sommige boeken hebben een ondertitel. Dit boek heeft een boventitel. Origineel!

In het eerste deel van de drie zet Van Os uit wat er mis is met de DSM. Kritiek op de DSM is in de Engelse taal veelvuldig gepubliceerd sinds midden jaren tachtig toen het boek de gezaghebbende vorm aannam die het nu nog heeft. De kritiek van Van Os is niet origineel, hetgeen onder andere blijkt uit dat hij geen twee zinnen achter elkaar neerzet zonder Engels-talige duurwoorderij. Er is geen woordenlijst met verklaringen bij. Desalniettemin voor wie de kritiek op de DSM nog niet kent, en daarover wil lezen deels in het Nederlands, is dit boek aan te bevelen.

In het tweede deel moppert Van Os hevig over de bureaucratie waar hij in zijn vak mee te maken krijgt. Daar zit geen woord Spaans bij, en nauwelijks een woord Engels. Gekscherend parodieert hij de regelgeving. En hij stelt: 'Werken in de GGZ is verworden tot welhaast een vorm van vrijwillige slavernij' en 'Autonomie en eigen verantwoordelijkheid moeten wijken want overheid en zorgverzekeraar werken liever met een kwantitatief systeem gebaseerd op dwang.' Lariekoek. Niemand dwingt Van Os om te werken als psychiater in de GGZ. Als de eisen van zijn vak hem niet zinnen kan hij iets anders gaan doen.

In het derde (laatste) deel schetst Van Os hoe hij vindt dat de psychiatrie eruit zou moeten zien. Dat komt onder meer neer op het door elkaar schudden van de diagnostische categorieën en criteria. Niet duidelijk wordt hoe dit zijn bezwaar tegen de huidige indeling -- 'We weten niet goed waar psychische klachten vandaan komen en ook niet hoe we ze moeten beïnvloeden' -- kan opheffen. Zijn voorstellen zijn niet meer legitiem dan hoe het er nu staat. Zo spreekt hij bijvoorbeeld veelvuldig over psychoses zonder enige uitleg wat die zijn en hoe die objectief kunnen worden vastgesteld, laat staan uitgesloten. Tevens spreekt hij van lichte en zware psychoses, maar maakt nergens duidelijk hoe die van elkaar te onderscheiden zijn.

Ook wil hij dat meerdere instellingen tegelijk worden betrokken bij de zorg in plaats van dat alle diensten door één instelling geboden moeten worden. Hij bekommert zich er niet om dat nu al cliënten tussen verschillende zorgverleners heen en weer worden getennist. Nergens maakt hij duidelijk hoe hij het in de hand houden van kosten ziet. Hij hekelt 'marktwerking' alsof er echt een vrije markt in de GGZ zou bestaan. Blijkbaar verwacht hij van de belastingbetaler een blanco cheque.

Waar Van Os helemáál de plank mee mis slaat, is het niet benoemen van het fundament waar de psychiatrie op staat: vrijheidsberoving. Dat de categorieën van de DSM niet legitiem zijn maakt geen mallemoer uit, want zo'n nepdiagnose is toch enkel nodig om mensen die door iemand lastig gevonden worden vast te zetten zonder rekening te houden met de mensenrechten.

In psychiatrieland is het taboe om vrijheidsberoving te erkennen. Van Os houdt zich daar keurig aan. Alhoewel hij de diagnoses van de DSM als echte ziektes in twijfel trekt, spreekt hij over 'patiënten' en 'mensen die psychisch lijden' waarmee hij de schijn wekt dat het louter gaat om mensen die zich uit eigen beweging bij de psychiater zijn komen melden. Toch verraadt hij zichzelf door af en toe te refereren aan isoleercellen en (dwang)medicatie, waar hij zich niet tegen verzet. Hij stelt slechts dat (dwang)medicatie na verloop van tijd weer afgebouwd zou moeten worden, alsof dat überhaupt mogelijk is. Dat lukt ongeveer zo vaak als het succesvol aannaaien van een per abuis geamputeerd lichaamsdeel.

Hoeveel mensen in Nederland een BOPZ-maatregel is opgelegd is onbekend. Niemand telt, of degene die telt houdt zijn telling geheim. Statistieken zouden sowieso geen betrouwbaar beeld kunnen geven. Mensen zitten meestal levenslang 'vrijwillig' gevangen in de psychiatrie na tijdens een BOPZ-maatregel te zijn beroofd van woning, baan, gezin, beheer over eigen financiën, sociale netwerken, lichamelijke gezondheid en helderheid van geest. Dat valt te vergelijken met de vleugels en poten van een vogel breken, dan de kooideur open zetten en concluderen dat het dier er vrijwillig verblijft.

Daarnaast wordt psychiatrie toegepast op allerlei groepen die zich niet kunnen verzetten, van kleuters tot hoogbejaarden. Ook wordt het gesteld als voorwaarde voor voorzieningen, bij voorbeeld beschermd wonen.

Weliswaar wordt door de GGZ ook 'psychotherapie' geboden, maar dat strooit slechts zand in de ogen. Zonder nepdiagnose ook geen psychotherapie -- GGZ-medewerkers zijn geen vrijwilligers en moeten hun honorarium ergens kunnen declareren -- en zodra zo'n diagnose in het dossier komt hangt bij falen van de psychotherapie (bijna altijd) en/of verzet tegen de GGZ de dreiging van een BOPZ-maatregel boven het hoofd. Van Os vertelt hier allemaal niets over.

Tegen het eind van het boek merkt Van Os op dat '...veel patiënten, voorheen ernstig zorgbehoevend, je vertellen dat ze beter zijn geworden op basis van bijvoorbeeld een dieet, vitamines, leefstijlinzichten van een goeroe, ademhalingsoefeningen, een leefgemeenschap op basis van oosters filosofie ...  [H]et is mogelijk dat mensen belangrijke verbetering hebben ondervonden [dankzij kwakzalverij] ... omdat ze daar een stijl van bejegening en een aanzet tot zelfmanagement vonden die ze in de reguliere GGZ hebben moeten ontberen.' Merkwaardig, want in de GGZ wordt nooit iemand 'beter'. Dat wordt ook niet verwacht. Mensen worden verteld dat ze een levenslange ziekte hebben te vergelijken met diabetes. Beter of niet, de mensen die Van Os hiermee bedoelt zullen wel nooit 'ernstig zorgbehoevend' zijn geweest, anders waren ze immers niet instaat geweest zo'n alternatieve zorgverlener op te zoeken. Het succes van de kwakzalvers is, zoals Voltaire zei, 'de kunst de patiënt te amuseren terwijl de natuur hem geneest.' Zij bereiken dat zonder vrijheidsberoving en 'medicatie' (drogering). Daarentegen, mensen worden 'ernstig zorgbehoevend' gemaakt zodra ze over de drempel van de psychiatrie zijn verleid of geduwd, hetgeen de reden is dat niemand ooit 'beter' wordt.

Uiteraard heeft niet iedereen voldoende aan amusement. Mensen met echte beperkingen hebben praktische ondersteuning nodig. De duurste, minst effectieve en meest mensonwaardige manier om die te bieden is via de GGZ.

In plaats van zichzelf valselijk te portretteren als slachtoffer en de GGZ als een 'vrije markt' had Van Os beter erop kunnen wijzen dat zonder psychiatrische dwang en een socialistisch premie-stelsel (ook in de VS) de DSM een dun boekje zou zijn gebleven waar nauwelijks een kip naar kraait.

Blogarchief