naar hoofdpagina


Voor achtergrondartikel, klik op kop.

13.3.21

Naar omstandigheden nogal slecht

Een verhaal over burn-out en depressie 
door Inger Boxsem 
 
Boekrecensie van Mira de Vries
 

De auteur is een begaafde journaliste. Dat blijkt uit de banen die ze bemachtigt. En uit haar schrijfstijl waardoor dit boek uitnodigt om in één ruk uitgelezen te worden.

Ze had een lieve hardwerkende man, een mooi huis en een baan bij de televisie* die ze leuk vond ondanks het gebrek aan grenzen en de verstoorde arbeidsrelaties. Ze wilde nog iets, kinderen, blijkt uit de hormoonkuren die ze onderging voor haar zwangerschappen. Ze was slechts één iets vergeten: tijd in haar agenda te reserveren om die kinderen te verzorgen. Deze gezinstrein móést ontsporen.

Als lezer bekroop mij het gevoel dat er hulptroepen bijtijds naar haar toe hadden moeten worden gestuurd: een vertrouwenspersoon voor het werk, een gezinscoach voor de regie thuis, een baker voor de huilbaby, een huishouder, een kok. Maar die waren er allemaal niet. Je vraagt je af hoe ze het heeft uitgehouden tot haar kinderen, een meisje en een jongetje, vier en twee jaar waren. Op de vooravond van Sinterklaas in de rij bij de Hema kreeg Boxsem een huilbui. Ze boft dat omstanders niet de crisisdienst hebben gebeld. Dan was dit boek er niet gekomen.

Door het hele boek benadrukt Boxsem haar visie dat zij lichamelijk ziek is. Zij kreeg "kortsluiting" in haar hersenen. Daardoor zijn haar cortisol en serotonine verstoord. Niet dat die onderzocht zijn, dergelijke onderzoeken bestaan niet. Haar "lichamelijke" klachten bestaan uit "geheugenverlies, concentratieproblemen, overgevoeligheid voor geluid en slapeloosheid" al kan een arts die klachten niet waarnemen.

Zij komt niet onvoorbereid tot die mening. Zij heeft zich goed ingelezen en kiest bewust voor de Swaab kant van het debat. Dehue beschuldigt zij van een "farmaceutisch complottheorie". Zij hekelt hoogleraren die dingen schrijven als dat de moderne mens verleerd heeft met tegenslagen om te gaan. Dat plaatst volgens haar de schuld bij het individu (dus bij háár) in plaats van bij de samenleving. Het thema schuld keert steeds terug. Hierin is zij niet logisch. Als er sprake van ziekte is, waarom zou er überhaupt een schuldvraag zijn? Ziekte is toch vooral een kwestie van pech?

Dat Boxsem niet alleen een burn-out heeft maar ook een depressie bepaalt zij onder andere aan de hand van een "zelftest op internet … het was van belang dat er een goede diagnose werd gesteld, waarschuwde alle sites." Tja, wie financiert die sites? "Onderzoek had uitgewezen dat depressie in sommige gevallen zelfs zichtbaar is in de hersenen. … de hippocampus [is] gekrompen. … Aha. Dit verklaarde mijn geheugenverlies." Maar die onderzoeken worden gedaan op mensen die antidepressiva slikken. Het is onmogelijk te bepalen of de krimp van de hippocampus, mocht die er al zijn, veroorzaakt wordt door de vermeende depressie of door de pillen. Bovendien is de hippocampus van Boxsem niet onderzocht dus er is niets verklaard.  

Een van de psychologen die haar behandelt oppert de bizarre stelling dat Boxsem twee aparte, discrete ziektes heeft, burn-out én depressie. De behandeling van de één is volgens de psychologe omgekeerd van de behandeling van de ander. Dit zou verklaren waarom zij niet kan genezen.

Ondanks haar keuze om haar moeilijkheden te biologiseren gaat Boxsem aanvankelijk aan de slag met psychologische behandelingen. Sommigen lijken aan te slaan. Het gaat enkele jaren beter. De kinderen zijn inmiddels tieners. Ze vindt een baan, en boem, het gaat weer mis. Pas nu, inmiddels halverwege het boek, grijpt ze naar een antidepressivum. Een arts schrijft sertraline (Zoloft) voor.

Gezien haar geloof in het serotonine-verhaal is het teleurstellend dat Boxsem zo weinig vertelt over hoe zij het antidepressivum ervaart. "Na het aanvankelijke succes van de pillen werd ik in de maanden daarna steeds somberder." Wat was dat aanvankelijke succes? Hoe lang heeft dat succes aangehouden? Dat ze toch steeds somberder werd had iedere junk kunnen verklaren. Gewenning. Cocaïne is immers evenals sertraline een SRI.

Ondanks de pillen of juist vanwege de pillen gaat het zo slecht met haar dat ze zich zeven weken laat opnemen. Ze vindt ver van huis een luxe kliniek met een hotel-achtige sfeer die niets lijkt op de algemene GGZ-inrichtingen. Alhoewel ze het hoofdstuk "Detox" noemt en de verpleegster zegt "We proberen hier juist zonder medicatie te werken" vertelt Boxsem niet of ze gestopt is met slikken. Blijkbaar niet, want later in het boek, de kinderen zijn al volwassen, besluit haar psychiater dat de sertraline "zijn werk niet meer deed." Ondanks de verstandige bedenkingen van Boxsem wordt zij zonder juist afbouwen van de jarenlange sertraline overgezet op een ander middel, venlafaxine (Efexor), evengoed een cocaïne-achtige stof.

"Helaas was er na zes weken niets aan mijn humeur veranderd, terwijl de bijwerkingen heftig bleven. … Ik had genoeg van de bijwerkingen en wilde zo snel mogelijk van de venlafaxine af." Waarschijnlijk waren die "bijwerkingen" niet van de venlafaxine maar onttrekkingsverschijnselen van de sertraline. Haar psychiater had blijkbaar nooit gehoord van taperingstrips en was zich niet bewust van de noodzaak daarvoor. Het stoppen van de venlafaxine gaat ook flink mis. Boxsem verhaalt over mensen die op het Internet stellen van hun depressie af te zijn, maar niet kunnen stoppen met de venlafaxine vanwege de onttrekkingsverschijnselen. Wat zij niet schijnt te hebben gelezen op het Internet is dat zelfs bij voorzichtig afbouwen met taperingstrips, de schade van jaren slikken van SRIs niet teruggedraaid wordt. Heeft zij geen onvrijwillige spiertrekkingen, vooral van de tong? Die kan ze nadat ze gestopt is alsnog krijgen.

Blijkbaar eindelijk van de pillen af, probeert Boxsem "een paar weken EMDR-sessies" waar zij bijna niets over vertelt. Beter schijnt zij in ieder geval er niet van te worden. Dan leest ze in de Volkskrant over Transcraniële Magnetische Stimulatie. Dat zal haar genezen! Haar man "trok een verontrust gezicht … Een soort elektroschok dus?" Aan haar omschrijving van wat zij meemaakt tijdens de behandeling met elektromagnetische straling valt te vernemen dat het niet zomaar onschuldige kwakzalverij is. Wellicht hebben de wappies nog gelijk over 5G-masten?
 
Aan het eind van het boek slikt ze een oude-generatie tricyclisch antidepressivum. Als ze meer wist over hoe die chemische stof een antidepressivum werd had ze er wellicht niet voor gekozen.

Ondanks dat ze herhaaldelijk klaagt over gewichtstoename, staat op de achterflap een aantrekkelijke, niet dikke vrouw afgebeeld. Ze is vast ook lief. Je zou haar tijdens het lezen graag af en toe een knuffel geven. Je gunt het boek een happy end, maar helaas. 

Wat dan ook de oorzaken van haar moeilijkheden, geen enkele behandeling heeft een oplossing geboden. Haar kinderen hebben haar nooit anders gekend dan "ziek." 
 
In een van de hoofdstukken maakt zij een lijst op van de kosten in het eerste jaar van "ziekte". Het boek, gepubliceerd in 2021, spant 18 jaar. Alle behandelingen kosten geld. Voor het luxe gesticht moest zij weliswaar €7.500 aan eigen bijdrage betalen, wat voor haar familie zwaar was om op te brengen, maar in werkelijkheid was dat bedrag slechts een fractie van de totale kosten. Ook voor de andere behandelingen zal ze slechts een relatief triviaal eigen bijdrage hebben betaald. De rest is opgebracht door ons, "de samenleving" die volgens haar schuldig is aan haar ziekmakende stress. Het valt niet na te gaan in hoeverre het geknoei aan haar hersenen met pillen en elektromagnetische velden haar juist erger heeft gemaakt. Alhoewel veel mensen hebben verdiend aan haar omarming van de biologische uitleg van haar levensmoeilijkheden, heeft het haarzelf, haar gezin en de samenleving alleen schade aangebracht.
 
Uit dit boek blijkt geen reden om de GGZ te handhaven. Ook huisartsen zouden moeten stoppen met psychofarmaca voor te schrijven. Een deel van het bespaarde geld kan gaan naar die gezinscoachen, bakers, huishouders en andere praktische hulp waar Boxsem van zou hebben geprofiteerd.

Dat Boxsem haar eigen ervaring biologiseert is haar goed recht. Blijkbaar vindt zij troost in die visie. Het boek is nog niet half uit wanneer ze de rest van haar gezin ook biologiseert. Eerst aan de beurt is de huilbaby, die inmiddels naar school gaat. Hij heeft ADHD en moet aan de Ritalin. Zijn vader "was bang voor de effecten ervan op lange termijn" maar blijkbaar is moeders stem doorslaggevend. Dan bedenkt Boxsem dat "ADHD is erfelijk in de mannelijke lijn, wat opeens ook veel conflicten en misverstanden met [haar man] verklaarde". Het dochtertje heeft dyslexie en later ook ADHD. Alhoewel het vraagstuk of haar man Ritalin slikt punt van discussie is in het gesticht, vermeldt het boek niet of vader en dochter ook slikken.

Over de oorzaak van háár ziektes is Boxsem duidelijk: stress. Aan het eind van het boek merkt zij terecht op dat kinderen op school ook blootgesteld worden aan stress. Maar wat te denken van haar man? Zou haar constante gefoeter op hem bij hem geen stress opleveren? Gefoeter niet over dat hij drinkt, gokt, slaat of vreemdgaat, nee, hij heeft de kledingmaten van de kinderen niet in zijn hoofd of is vergeten de verzekering van de auto waar ze beide in rijden te verlengen. Zou dat gefoeter niet een meer aannemelijke oorzaak zijn voor de echtelijke ruzies dan een vermeende erfelijke aandoening bij hem?

En wat te denken van stress bij een pasgeborene? De ene zuigeling neemt genoegen met een fles en een bedje, de andere kan de scheiding van het lichaam van de moeder niet verdragen. Daarom werden en worden nog steeds in sommige maatschappijen baby's gedragen in een doek op het lichaam van de moeder. Het heen en weer geslinger van een peuter tussen huis en crèche is evengoed stressvol. Een werkdag schiet voor een volwassene zo voorbij, maar een peuter kan geen klok lezen. Hij weet niet of hij zijn ouders ooit zal terugzien. Vandaar het fenomeen dat een kind op de crèche op het moment van wederzien met de ouder in plaats van blij te zijn in huilen uitbarst. Zoals Boxsem over zichzelf opmerkt, stress, eenmaal ingezet, kom je niet zo makkelijk van af.

Status, merkt Boxsem op, verkrijg je van je werk. Wanneer ze een bekende tegenkomt die vraagt wat zij tegenwoordig doet, besluit ze na wat aarzelen de "waarheid" te zeggen, "niets". Niets? Alhoewel haar moeder haar vertelde, "Ik had geen betaalde baan, maar heb nooit gedacht dat ik niet werkte," telt voor Boxsem haar rol als echtgenote, huisvrouw en moeder blijkbaar voor niets. In het begin van het boek citeert Boxsem grappend feministe Gloria Steinem die zelf geen kinderen had. Het zijn de feministen die vrouwen trachten te overtuigen dat moederschap een te minachten beroep is. Kinderen kunnen beter de kinderopvang in zodat de vrouw haar handen vrij heeft om zich te ontwikkelen en economisch zelfstandig te zijn. Blijkbaar is zelfs de status "patiënt" hoger dan dat van "moeder."

Boxsem probeert telkens zich te ontworstelen aan haar schuldgevoelens. Zij kan immers niets doen aan haar ziekte, het is lichamelijk. Schuld heeft inderdaad geen zin. Verantwoordelijkheid is iets anders dan schuld.
 
Egodocumenten zijn waardevol voor hun persoonlijke getuigenissen. Zij vertellen ons meer waarheidsgetrouw wat de persoon heeft meegemaakt dan de verslagen van deskundigen. Er zit wel een donker randje aan. Boxsem schrijft niet alleen over zichzelf maar ook over haar man en kinderen. Weliswaar hebben zij een andere achternaam, maar gezien die in het boek staat, ligt hun privacy te grabbel.

*Op pagina 9 staat dat zij vijfentwintig jaar voor de televisie heeft gewerkt. Het verhaal begint op pagina 16,  Sinterklaasavond 2003. Toen "ontstond er kortsluiting in [haar] hersenen." Gezien ze in 1967 is geboren volgens de achterflap, was ze in 2003 36 jaar. Dan moet ze dus bij de TV zijn begonnen op leeftijd 11?

6.3.21

Voor de zwevende kiezer, hier alvast een rij politieke partijen om niet op te stemmen.

Want als er iets is dat de statistieken over zelfmoord tonen, dan is het dat behandelingen averechts werken.

De maatregelen tegen corona blijken influenza buiten de deur te houden.

Wat fijn dat de maatregelen, alhoewel niet bijzonder effectief tegen corona, fantastisch werken tegen griep...

4.3.21

Er wordt al jaren maar weinig geld geïnvesteerd in onderzoek naar psychische klachten.

Psychische klachten kúnnen niet onderzocht worden. De psyche is geen materie, en de variabelen, die bij onderzoek uitgesloten moeten worden, zijn oneindig.

Bauke Koekkoek -- een parel van de GGZ

Dagblad Trouw publiceert regelmatig columns van Bauke Koekkoek die werkt bij de crisisdienst van de GGZ. Zijn heldere inzichten in tegenstelling tot wat men gewoonlijk tegenkomt bij de GGZ zijn een verademing.

Een horloge met gps-tracker zodat psychiatrische patiënten makkelijk terug te vinden zijn...

... is een voortreffelijk idee. 

Maar: 
De behandelaars hebben gezegd dat het chronisch en ongeneeslijk is, maar dankzij medicatie, begeleiding en zorg is hij ‘stabiel’.
Dat is niet waar want hij verdwijnt regelmatig, weet dan vaak niet eens waar hij geweest is en bij onttrekking van de "medicatie" raakt hij "zwaar psychotisch". Niet dankzij maar juist vanwege de "medicatie" is hij chronisch ziek en onomkeerbaar onstabiel.

2.3.21

De besmettingsmythe door Cowan en Fallon-Morell (2020)

deze boekrecensie is van Mira de Vries

Wappies, gekkies, en komplotdenkers, zo worden ze genoemd, mensen die denken dat de Covid-19 pandemie wordt veroorzaakt door 5G-straling. Waar komt dat geloof vandaan?

Normaal gesproken publiceren wij op deze blog geen recensies van Engelstalige boeken. Omdat we over dit onderwerp geen Nederlands boek kennen, maken we een uitzondering. De eerste auteur is volgens Wikipedia opgeleid als medische arts.

De hoofdstelling van deze auteurs is dat ziekten nooit besmettelijk zijn. Pasteur had ongelijk. Gifstoffen, niet microben, zijn de oorzaak van ziekten. Bacteriën helpen het lichaam te zuiveren van die gifstoffen tenzij hun zuurstof wordt afgeknepen waardoor ze zelf gifstoffen gaan uitstoten. Bacteriën zijn dus aanwezig bij ziekten zoals brandweermensen aanwezig zijn bij brand. Wat wetenschappers aanzien voor virussen zijn in werkelijkheid exosomen, cel-onderdelen die cellen schoon en heel houden.

Een voorbeeld van gifstoffen die in de natuur voorkomen zijn toxische dampen uit moerassen die volgens de auteurs de ziekte malaria veroorzaken, en niet bacillen die overgedragen worden door muggen. Voor mij is dit een aantrekkelijke stelling omdat ik heb gewoond in een land waar tijdens de korte periode van het interbellum malaria geheel is uitgeroeid, niet met vaccinaties, maar met het planten van eucalyptusbomen die de moerassen opdroogden. De muggen zijn er nog. Wat ik niet weet is of ook malaria voorkomt in regio's waar geen moerassen met toxische dampen zijn.

De auteurs zijn fervente voorstanders van een dieet rijk aan dierlijke vetten, zoals levertraan, organen, eigeel, boter, room, viseieren, schaalvis, vette vis, reuzel en vet en lever van gevogelte. Alleen daarin zitten de nodige vitamines A, D en K2, stellen zij. Waar, maar wat ze er niet bij vertellen is dat we deze vitamines niet uit voedsel hoeven te verkrijgen omdat het menselijke lichaam zelf hen aanmaakt. Volgens de auteurs verstoren plantaardige voedselsoorten als bonen, noten en granen de koper/zink verhouding waardoor mensen meer gevoelig kunnen raken voor elektromagnetische straling. Hun bron hiervoor is een Internetforum. Mij overtuigen ze zeker niet met hun dierlijke vetten gezien ik al zeven decennia prima gedij op precies zo'n door hun verfoeid plantaardig dieet. Ik heb last van geen van de ziekten die zij mij voorspellen: suikerziekte, hart- en vaatziekte, nierziekte, hoge bloeddruk en kanker. Ik zou uiteraard een zeldzame uitzondering kunnen zijn zoals de verstokte roker die na zijn tachtigste nog leeft. Bovendien zal ik vast nog wel zo'n ziekte oplopen, immers, óóít zal ik aan íéts moeten overlijden. In India, 's werelds meest bevolkt land na China, wonen hele volksstammen die zich aan een plantaardig dieet houden in verband met hun levensbeschouwing zonder dat de bevolking daar dreigt terug te lopen. Een dieet met dierlijke vetten hoeft niet schadelijk te zijn (behalve voor de dieren) maar noodzakelijk is het ook niet.

Wat ik meer kan waarderen is hun poging uit te leggen wat de psyche is. Zij wijzen de mening van neurowetenschappers die de psyche gelijkstellen aan de hersenen af. Dat noemen ze vergelijkbaar met het geluid uit een radio gelijk te stellen met de onderdelen van die radio. Alhoewel de radio nodig is om het geluid te ontvangen gelooft niemand dat het geluid ontstaat in de radio.

Betreffende Covid-19 ontkennen de auteurs, anders dan Reiss en Bhakdi, niet het bestaan van de pandemie. Zij stellen enkel dat er geen besmettelijke virus aan ten grondslag ligt. De pandemie wordt volgens hen veroorzaakt door psychische spanning, gifstoffen en elektromagnetische straling. Om de rol van de straling te benadrukken geven zij voorbeelden van eerdere epidemieën. Zo hebben volgens hen kometen een elektromagnetische lading. Meermaals in de geschiedenis werden de verschijning van kometen gevolgd door epidemieën. Toen in de VS telegraaflijnen werden gebouwd werden veel mensen die in de buurt van de lijnen woonden ziek. Volgens hen verstoort elektromagnetische straling de beschikbaarheid van zuurstof in de lucht waardoor de mitochondria in ons lijf zuurstof niet kunnen omzetten in energie. Dit is volgens hen hoe 5G-masten tot ziekte leiden, samen met allerlei milieuvervuilende elementen. Bij oudere mensen, vooral in zorginstellingen, spelen daarbij ook een rol de eenzaamheid, angst en de toxische werking van pillen. Wat betreft al die pillen op recept die ouderen slikken, vragen wij bij MeTZelf ons ook af of dit van invloed is op de weerstand tegen ziekten.

Volgens de auteurs is de uitrol van het 5G-netwerk begonnen in Wuhan, China. Ze zeggen er niet bij of zij stellen dat de verdere uitrol over de hele wereld samenviel met de verspreiding van de Covid-19-pandemie. Ze hadden hun argument kracht bij kunnen zetten met een grafiek zoals de grafiek die ze presenteren om te overtuigen dat kinderverlamming wordt veroorzaakt door het insecticide DDT.
Gezien ze dat niet doen, zou het handig zijn dat het RIVM zo'n grafiek publiceert, als er überhaupt al 5G in Nederland is, want het laatste dat wij ervan gehoord hebben is dat dat niet het geval is. Met een grafiek wordt meteen duidelijk dat er wel of niet verband is tussen Covid-19 en 5G. Het zou een inhoudelijk repliek zijn dat meer gewicht in de schaal legt dan mensen uit te schelden voor wappies en komplotdenkers.

Niet dat met een grafiek de discussie zou verstommen. Maar het zou zich hopelijk verplaatsen naar de échte vraagstukken waar de discussie ons inziens over zou moeten gaan:
  • Hoe betrouwbaar is de medische wetenschap?
  • Hoe transparant is de overheid?
Het boek is helder geschreven in niet moeilijk Engels. Wil je het zelf lezen, kun je het niet bij Amazon bestellen omdat het daar is verbannen alhoewel andere publicaties van dezelfde auteur(s) er nog wel verkrijgbaar zijn. Bij boekwinkels inclusief Bol.com is dit boek wel te bestellen.

Wij bedanken de heer Cor Fransman voor het doneren van dit boek aan onze bibliotheek.


Update: 

Inmiddels een ander boek gelezen, De Onzichtbare Regenboog. In dit boek staan wél de grafieken die bij Cowan ontbreken. Covid-19 wordt er wijselijk niet in genoemd, maar er worden sterke aanwijzingen aangedragen voor de gezondheidsschade door elektromagnetische straling.

25.2.21

Voor een op de vijf Nederlanders zijn wetten te complex

Voor vier op de vijf rechters zijn wetten te complex ... vooral wanneer het om zorg gaat.

18.2.21

Tijd voor eerherstel Surinaamse vakbondsleider Louis Doedel.

De eer kan hersteld worden, het leven nooit.

11.2.21

Mensen zijn ingewikkeld

Een pleidooi voor acceptatie van de werkelijkheid en het loslaten van modeldenken.

door Floortje Scheepers - 2021

boekrecensie van Mira de Vries

Scheepers heeft de klok horen luiden. In vrij eenvoudige en duidelijke taal schetst zij voortreffelijk wat er loos is aan de GGZ. Toch, zoals zo veel psychiaters die kritische boeken schrijven, bereikt zij niet de conclusies waar haar eigen argumenten toe leiden. Ze weet (nog?) niet waar de klepel hangt.

Ze begint met de vraag, summier samen gevat, waarom presteert de GGZ zo slecht?

Haar antwoord houdt onder andere in dat we verwachten dat mensen voldoen aan bepaalde normen. Wanneer ze daarvan afwijken, beschouwen we hen als ziek. Wellicht zijn in een bepaalde fase van de evolutie die afwijkingen juist van belang geweest voor het overleven.

Psychiatrische diagnostiek leidt tot "verdinglijking". Het zoekt de afwijking in het individu in plaats van in "een extreem complex samenspel van factoren". Bovendien bestaat de diagnostiek uit cirkelredeneringen. "De stoornis vrijgezel kenmerkt zich … door factoren als 'vaker eenpersoonsmaaltijden bestellen', 'minder watergebruik op jaarbasis', en zelfs 'geen partner hebben'" spot zij.

Ze kiest bewust voor het woord "patiënten" in plaats van "cliënten". Vervolgens herdefinieert zij de patiënt als iemand die "mentaal ontregeld" is. Het woord "mentaal" is een vage anglicisme. "Ontregeld" dekt evenmin de vele totaal verschillende omstandigheden waardoor mensen in de GGZ verzeild raken. Dat vrijwel iedere psychiater de betekenis van woorden die gebruikt worden in de psychiatrie zelf invult, en daar ook nog eens eigen terminologie aan toevoegt, leidt tot spraakverwarring waar Scheepers, ondanks haar uitmuntende inzichten, aan mee doet. Hoe onderscheid zou kunnen worden gemaakt tussen mensen die mentaal geregeld en mentaal ontregeld zijn komt niet uit de verf.

Terwijl zij zich afvraagt of, en zo ja, hoe het kan dat elektroschok effectief is, stelt zij niet dezelfde vraag in verband met psychofarmaca. Het zijn volgens haar geen wonderpillen maar soms effectief, al hebben we geen flauw idee waarom. Ze erkent heftige bijverschijnselen en dat stoppen moeilijk gaat. Zij geeft aan dat bij gevonden afwijkingen in de hersenen van psychiatrische patiënten, die afwijkingen het gevolg zouden kunnen zijn in plaats van de oorzaak van de klachten. Maar dat psychofarmaca (zowel als andere middelen op doktersrecept evenals illegale middelen) vaak juist de oorzaak zijn van wat zij noemt "mentale ontregeling" oppert zij niet.

Uiteraard doe ik haar tekort door haar voorstellen voor oplossingen hier extreem beknopt weer te geven. Toch maar een greep: gelijkwaardige relatie met de patiënt, netwerken om de patiënt heen, luisteren naar de patiënt en een inclusieve samenleving. Het zijn mooie idealen, maar niet realistisch. Een gelijkwaardige relatie tussen GGZ-medewerker en patiënt is niet mogelijk, zoals psychoanalyticus Jeffrey Masson in zijn boek Against Therapy uitlegt. Netwerken zullen falen omdat met z'n velen men nog steeds niet weet hoe verandering te brengen in de situatie. Luisteren naar de patiënt zou je denken is vanzelfsprekend, maar het feit is dat de meeste psychiaters er geen tijd voor hebben of misschien geen zin. Een inclusieve samenleving is al helemaal een onbereikbaar ideaal. De samenleving wil juist dat de GGZ haar verlost van de patiënt. 

Scheepers ziet heil in het inzetten van ervaringsdeskundigen want die zouden de patiënt beter kunnen begrijpen. Maar de ervaringsdeskundige is deskundig alleen over zijn eigen ervaring. Van de ander weet hij niets meer dan de psychiater of de psycholoog. Zodra de ervaringsdeskundige toetreedt als medewerker van de GGZ is hij geen lotgenoot meer maar wordt onderdeel van het machtsblok dat zich bóven de patiënt stelt en tégen hem richt. 

Desalniettemin klinkt de empathie van Scheepers voor haar doelgroep op iedere pagina. Psychiaters die boeken schrijven stellen altijd dat zij het beter doen dan anderen, maar bij deze auteur komt het geloofwaardig over. Iedereen die in de GGZ verzeild raakt zou dankbaar zijn om met deze psychiater te maken te krijgen. Helaas is de kans dat haar methodes door de gehele GGZ worden overgenomen nihil, want zoals "menselijk gedrag ontstaat uit een onmeetbaar aantal complexe interacties" zo ontstaat het gedrag van GGZ-medewerkers uit een complex stelsel van belangen.

In het eerste hoofdstuk stelt Scheepers: "De psychiatrie … is een medisch specialisme en valt dus onder de geneeskunde." Inderdaad, psyche betekent ziel en -iatrie betekent geneeskunde. Geneeskunde van de ziel, dus. 

Later citeert zij critici van de psychiatrie die stellen dat "geen enkel nieuw model tot nieuwe manieren van wetenschap zal leiden als niet eerst erkend wordt dat er zaken zijn die niet bestaan uit materie maar die 'onzichtbaar' zijn." Waarom zij die opvatting toeschrijft aan anonieme critici zonder goed- of afkeuring blijft in het midden. Wellicht durft zij niet voor haar mening uit te komen uit angst voor de hoon van haar collega's? Jammer, want juist hier hangt de klepel. 

De psyche = niet materie
Niet materie = niet waarneembaar
Niet waarneembaar = geen wetenschap mogelijk
Geen wetenschap = nepgeneeskunde 

Geneeskunde van de psyche kan niet bestaan omdat de twee onverenigbaar zijn, zoals getrouwde vrijgezellen. Psychiatrische behandelingen zijn vergelijkbaar met de steen der wijzen van de alchemisten. De psychiatrie berust op bedrog en parajustitiële vrijheidsberoving. Er zijn zeker manieren om sommige mensen die zelf om hulp vragen op weg te helpen zoals Scheepers mooi uitlegt, maar niet binnen de gezondheidszorg. 

Na ieder hoofdstuk behalve de laatste staan enkele pagina's van reacties die de auteur heeft uitgenodigd van psychiaters, psychologen, ervaringsdeskundigen, schrijvers en anderen, alsof het een soort discussie is. Deze pagina's verstoren haar helder en bondig betoog, en maken het boek onnodig lang. Ik raad de lezer aan deze pagina's over te slaan. Maar lees wel het verhaal van Scheepers, zeer de moeite waard.

9.2.21

Psychedelisch middel wordt ingezet tegen depressie ... Zou het de derde behandeloptie worden kunnen de kosten oplopen tot 1,7 miljard per jaar.

Verdeel 1,7 miljard per jaar contant onder de mensen die voor het middel in aanmerking komen, en dan zul je zien hoe snel ze opvrolijken.

Blogarchief